Rechtsbescherming mag geen vrijgeleide worden voor rechtsmisbruik
Het tegensprekelijke debat in de rechtzaal schuift op van de kern van de zaak naar het eindeloos rekken van de procedure. Die bedenking is in het licht van zware drugsdelicten actueler dan ooit. Een opmerkelijke evolutie is dat minder snel verliezen in de rechtbank blijkbaar wordt gelijkgesteld met winnen. In financiële dossiers is dat niet anders en daar vormt justitie zelf onbedoeld een extra vertragende factor. Minister Verlinden gaf het vorige week in De Tijd zelfs ronduit toe: parketten geven prioriteit aan drugszaken, waardoor onderzoek naar financiële delicten nóg meer vertraging oploopt. De minister noemt Nyrstar als hét toonbeeld van die verontrustende evolutie.
Ook bij Nyrstar zien we tal van vertragingsmanoeuvres van partijen die zich met hand en tand verdedigen tegen de aantijgingen van de minderheidsaandeelhouders. Buitenlandse bestuurders bijvoorbeeld die weigeren om het adres van hun Belgische advocatenkantoor te gebruiken als correspondentieadres, waardoor Belgische aandeelhouders op zoek moeten naar hun buitenlandse contactgegevens. Vervolgens moeten dan dure en tijdrovende betekeningsprocedures worden gevoerd om hen voor een Belgische rechter te krijgen. Of een beklaagde die zich verstopt achter een kluwen van vennootschappen in verschillende landen?
En wat met creatieve advocaten die met voorbedachte rade spitsvondige constructies uitdenken om de latere rechtsgang te bemoeilijken, en dan nadien zelf de verdediging ervan opnemen in de rechtszaal? En dan het ‘recht op verdediging’ te pas en te onpas inroepen, ondanks een huizenhoog belangenconflict? Men kan zich de vraag stellen in welke mate zij niet medeplichtig worden aan het ondermijnen van de rechtsgang en het uithollen van de rechtstaat.
Bij Nyrstar bijvoorbeeld zijn er indicaties die erop lijken te wijzen dat er een ‘UK scheme of arrangements’ werd opgezet waarmee dwingende bepalingen van Belgisch recht worden omzeild. Er werd ook een leningsovereenkomst opgezet tussen Nyrstar en haar referentie-aandeelhouder, waarvan de voorwaarden dwingende bepalingen oplegt aan de raad van bestuur en haar adviseurs die een inbreuk vormen op de wettelijke voorwaarden zoals bepaald in de Corporate Governance code.
Laten we de zaken for the sake of the argument nu eens omkeren. Zouden advocaten zich al die moeite getroosten en procedureslagen voeren, mochten ze pro deo optreden of werken aan een vooraf vastgelegde maximumfee? Zouden zij hun eigen tactieken toejuichen mochten ze zelf de dupe worden van financiële malverstaties? En wat met het adagium dat justitie blind is als in de praktijk blijkt dat de benadeelden zich geen dure advocaten kunnen veroorloven die gepokt en gemazeld zijn in het uitstellen van de rechtsbedeling, of die dit uitstel zelf niet kunnen financieren? Want daar knelt het schoentje natuurlijk. De ongelijke financiële slagkracht tussen partijen in een geding zorgt de facto voor een rechtspraak die niet langer wordt gevoerd volgens het principe dat iedereen gelijk is voor de wet.
We lijken almaar meer af te glijden naar het recht van de sterkste in een juridisch bestel waarbij zuiver winstbejag en timesheets met hallucinant hoge uurtarieven de bovenhand halen. Daarmee wordt het principe van een eerlijk proces ondermijnd en zijn we veraf van wat de roeping van een advocaat zou moeten zijn. Was het niet de bedoeling om cliënten te helpen problemen op te lossen, eerder dan een oplossing in de weg te staan door zaken op de lange baan te schuiven? Een ethisch reveil in de advocatuur lijkt vandaag meer dan ooit aan de orde, willen we onze rechtsstaat vrijwaren. Want criminelen die door procedures de normale rechtsgang ontlopen, zal de doorsnee burger nooit begrijpen, laat staan accepteren. En maar goed ook.
Laat er geen misverstand over bestaan: het recht op verdediging is een hoeksteen van de rechtsstaat. Daar mag niet aan geraakt worden. Alleen, dat recht is niet absoluut. Of dat zou het toch niet mogen zijn. Zodra het recht op verdediging een instrument wordt om rechtsmisbruik te faciliteren en gerechtigheid te saboteren, is er een grens bereikt.
Een opiniestuk in Het Laatste Nieuws legt de vinger op de wonde: advocaten die met spitsvondige manoeuvres processen zo vertragen dat het geloof in justitie afbrokkelt. Wij willen het niet zo scherp stellen als de auteur van de opinie. En al zeker geen één-op-één vergelijking maken tussen drugsdossiers en witteboordcriminaliteit. Maar wie de realiteit onder ogen ziet, kan de parallellen moeilijk negeren.


Minister Verlinden lijkt dat ook te beseffen nu er maar liefst dertien wrakingsverzoeken werden ingediend in de ruchtmakende zaak rond vermeende drugsbaron Flor Bressers. Zij stelt dat wraking een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is, maar geen strategisch middel mag worden om processen te vertragen. De minister wil de wrakingsprocedure hervormen om misbruik tegen te gaan. En daar valt wat voor te zeggen, want rechtvaardigheid mag nooit de speelbal worden van wie de langste adem heeft en de duurste advocaten kan betalen, en al zeker niet als die erop uit zijn om de rechtsgang te vertragen.
